Rond
kwart over zes in de morgen (plaatselijke tijd), vliegend boven de selat
Malaka (straat van Malaka) kwam de zon weer boven de horizon.
Om kwart
voor acht landen wij op het vliegveld “Changi” van Singapore.
Op dat
vliegveld vond onze transfer plaats naar het vliegtuig dat ons naar Medan in Indonesië zou brengen. In het vliegtuig van Amsterdam naar
Singapore stond in het laatste vluchtuur netjes op de beeldschermen
aangeven hoe laat en vanaf welke gate, wij moesten vertrekken.
Om verder te vliegen moesten wij
overstappen in een vliegtuig van “Silkair” een
dochteronderneming van Singapore airlines. De boarding begon om 08:20
uur en het vertrek was 20 minuten later gepland. Wij hadden dus een
snelle overstap en slechts een klein half uurtje om naar gate F35 te
lopen voor de transfer. De boarding begon precies op tijd en daarom
konden wij dan ook rustig instappen in de Airbus A320 (registratienummer
9V-SLC) met het vluchtnummer MI-232.
Klokslag negen uur ging de Airbus
van de startbaan omhoog en verlieten wij Singapore.
De vlucht zou een
klein uurtje duren en in die tijd kregen wij ook nog een maaltijd.
Ook
moesten wij in het vliegtuig douane formulieren invullen die op het vliegveld van Medan
ingeleverd konden worden. De verzorging tijdens deze vlucht was prima
voor elkaar.
09:00 uur (plaatselijke tijd)
landen wij op Polonia airport in Medan.
Gewoon via de trap uitstappen en
lopend naar de aankomsthal.
Daar werden onze paspoorten en visa
gecontroleerd en de douane formulieren ingeleverd. Eén formulier kregen
wij gestempeld terug en moesten wij inleveren wanneer wij Indonesië weer
verlieten.
Bij de transportband voor de
koffers stond de reisleider voor Sumatra op ons te wachten. Deze man had
een moeilijke en lange naam maar zijn roepnaam was “Naher” en dat was
makkelijk door ons uit te spreken.
Vanaf dat moment was de begeleiding
voortreffelijk. Een touringcar (niet de nieuwste meer) stond met
chauffeur en bijrijder klaar.
Met koffers hoefden wij niet meer te
sjouwen, dat werd verder tijdens onze reis voor ons gedaan. Ook moesten
wij maar snel plaats nemen in de bus, want daar stond de airco aan en
was het iets minder benauwd warm als buiten werd gezegd.
Toen de koffers in de bus geladen
waren werd eerst naar een lokaal wisselkantoortje gereden. De euro’s
konden wij daar omwisselen tegen ruphia’s met een koers van € 100,00
voor 1.150.000,00 rph. Iedereen was dus ineens miljonair. Het geld werd
netjes uitgeteld en bij natellen klopte het precies.
In dat wisselkantoortje verkochten
ze ook litersflessen met water voor 5000 rph. Natuurlijk wilden wij een
paar flessen mee en betaalden met een biljet van 50.000,00 rph omdat wij
het geld bij het wisselen in biljetten van die grote hadden gekregen.
Toen ging het even verkeerd. Razendsnel werd het wisselgeld in biljetten
van 5.000,00 rph terug gegeven. Bij het natellen daarvan bleken er
slechts 7 biljetten i.p.v. 8 terug gegeven te zijn. Het kostte ons even
praten maar dit “foutje” werd hersteld.
Inmiddels was het zeker 10 uur in
de ochtend en kregen een tour door Medan van een uurtje. De
chauffeur met z'n bus bus bracht ons langs allerlei wetenswaardigheden.
Tegen 11 uur reden wij een parkeerplaats op bij een groot warenhuis t.o.
het restaurant, Serathon palace.
In dat restaurant zouden wij de
middaglunch gebruiken. Vanaf dat moment tot half een werden wij in de
gelegenheid gesteld om in dat warenhuis rond te snuffelen en eventueel
inkopen te doen.
Annie en ik, samen met de
reisgenoten van onze groep Truus en Theo, hadden echter na een half
uurtje al genoeg van het “rondhangen” in die “pasar” bij een vochtige
warmte van zeker 32 graden. Wij zijn toen maar lekker vast een pilsje
gaan drinken in het Serathon Palace restaurant waar de airco zijn werk
deed en waar even later ook onze overige reisgenoten binnen kwamen. De
Lunch was prima. Echt trek hadden wij nog niet doordat je in 18 uur
tijd, in de vliegtuigen, ook al 3 maaltijden had genuttigd en door het
slaaptekort eigenlijk wel wat rust wilde.
Die rust kwam er ook want vanaf het
restaurant gingen wij met de bus naar het “Best West Asean international
hotel” voor het verblijf van 1 nacht.
Na de incheck hebben wij onze
kamer opgezocht. Onze koffers stonden er al. Toen maar even naar bed om
eerst een uurtje te slapen. Daarna een douche genomen en met andere
reisgenoten in de lobby van het hotel wat frisdrank gedronken.
Naast het hotel was een grote
“Pasar” gelegen. Die moesten wij natuurlijk even bezoeken. Met een klein
groepje uit ons reisgezelschap zijn wij daar heen gelopen en hebben daar
wat kleine inkopen, zoals flessen water, gedaan. Op straat werden wij
voor de eerste keer geconfronteerd met bedelende kinderen die enigszins
agressief reageren wanneer je ze voorbij loopt. Aan dit soort van
bedelen ben je in Indonesië echter gauw gewend.
Terug in het hotel zaten er meer
medereizigers uit onze groep in de lobby en werd er op een gezellige
manier kennis met elkaar gemaakt. Naher, onze reisleider kwam er ook bij
en er werden een paar zaken, de reis aangaande, besproken. Tevens
droegen wij 120.000,00 rph pp aan hem af voor kosten zoals: fooien,
luchthavenbelasting, enz. Om 19:30 uur werd een simpel, maar goed, diner
in het hotel geserveerd en zochten de meeste van ons reisgezelschap
daarna het bed op om even de slaap in te halen die wij in de nacht uren
in het vliegtuig te kort waren gekomen.