dag 2

donderdag 3 maart

 

   

 
 

Rond kwart over zes in de morgen (plaatselijke tijd), vliegend boven de selat Malaka (straat van Malaka) kwam de zon weer boven de horizon.

Om kwart voor acht landen wij op het vliegveld “Changi” van Singapore.

Op dat vliegveld vond onze transfer plaats naar het vliegtuig dat ons naar Medan in Indonesië zou brengen. In het vliegtuig van Amsterdam naar Singapore stond in het laatste vluchtuur netjes op de beeldschermen aangeven hoe laat en vanaf welke gate, wij moesten vertrekken.

Om verder te vliegen moesten wij overstappen in een vliegtuig van “Silkair” een dochteronderneming van Singapore airlines. De boarding begon om 08:20 uur en het vertrek was 20 minuten later gepland. Wij hadden dus een snelle overstap en slechts een klein half uurtje om naar gate F35 te lopen voor de transfer. De boarding begon precies op tijd en daarom konden wij dan ook rustig instappen in de Airbus A320 (registratienummer 9V-SLC) met het vluchtnummer MI-232.

Klokslag negen uur ging de Airbus van de startbaan omhoog en verlieten wij Singapore.

De vlucht zou een klein uurtje duren en in die tijd kregen wij ook nog een maaltijd.

Ook moesten wij in het vliegtuig douane formulieren invullen die op het vliegveld van Medan ingeleverd konden worden. De verzorging tijdens deze vlucht was prima voor elkaar.

09:00 uur (plaatselijke tijd) landen wij op Polonia airport in Medan.

Gewoon via de trap uitstappen en lopend naar de aankomsthal.

Daar werden onze paspoorten en visa gecontroleerd en de douane formulieren ingeleverd. Eén formulier kregen wij gestempeld terug en moesten wij inleveren wanneer wij Indonesië weer verlieten.

Bij de transportband voor de koffers stond de reisleider voor Sumatra op ons te wachten. Deze man had een moeilijke en lange naam maar zijn roepnaam was “Naher”  en dat was makkelijk door ons uit te spreken.

Vanaf dat moment was de begeleiding voortreffelijk. Een touringcar (niet de nieuwste meer) stond met chauffeur en bijrijder klaar.

Met koffers hoefden wij niet meer te sjouwen, dat werd verder tijdens onze reis voor ons gedaan. Ook moesten wij maar snel plaats nemen in de bus, want daar stond de airco aan en was het iets minder benauwd warm als buiten werd gezegd.

Toen de koffers in de bus geladen waren werd eerst naar een lokaal wisselkantoortje gereden. De euro’s konden wij daar omwisselen tegen ruphia’s met een koers van € 100,00 voor 1.150.000,00 rph. Iedereen was dus ineens miljonair. Het geld werd netjes uitgeteld en bij natellen klopte het precies.

In dat wisselkantoortje verkochten ze ook litersflessen met water voor 5000 rph. Natuurlijk wilden wij een paar flessen mee en betaalden met een biljet van 50.000,00 rph omdat wij het geld bij het wisselen in biljetten van die grote hadden gekregen. Toen ging het even verkeerd. Razendsnel werd het wisselgeld in biljetten van 5.000,00 rph terug gegeven. Bij het natellen daarvan bleken er slechts 7 biljetten i.p.v. 8 terug gegeven te zijn. Het kostte ons even praten maar dit “foutje” werd hersteld.

Inmiddels was het zeker 10 uur in de ochtend en kregen  een tour door Medan van een uurtje. De chauffeur met z'n bus bus bracht ons langs allerlei wetenswaardigheden.

Tegen 11 uur reden wij een parkeerplaats op bij een groot warenhuis t.o. het restaurant, Serathon palace.

In dat restaurant zouden wij de middaglunch gebruiken. Vanaf dat moment tot half een werden wij in de gelegenheid gesteld om in dat warenhuis rond te snuffelen en eventueel inkopen te doen.

Annie en ik, samen met de reisgenoten van onze groep Truus en Theo, hadden echter na een half uurtje al genoeg van het “rondhangen” in die “pasar” bij een vochtige warmte van zeker 32 graden. Wij zijn toen maar lekker vast een pilsje gaan drinken in het Serathon Palace restaurant waar de airco zijn werk deed en waar even later ook onze overige reisgenoten binnen kwamen. De Lunch was prima. Echt trek hadden wij nog niet doordat je in 18 uur tijd, in de vliegtuigen, ook al 3 maaltijden had genuttigd en door het slaaptekort eigenlijk wel wat rust wilde.

Die rust kwam er ook want vanaf het restaurant gingen wij met de bus naar het “Best West Asean international hotel” voor het verblijf van 1 nacht.

Na de incheck hebben wij onze kamer opgezocht. Onze koffers stonden er al. Toen maar even naar bed om eerst een uurtje te slapen. Daarna een douche genomen en met andere reisgenoten in de lobby van het hotel wat frisdrank gedronken.

Naast het hotel was een grote “Pasar” gelegen. Die moesten wij natuurlijk even bezoeken. Met een klein groepje uit ons reisgezelschap zijn wij daar heen gelopen en hebben daar wat kleine inkopen, zoals flessen water, gedaan. Op straat werden wij voor de eerste keer geconfronteerd met bedelende kinderen die enigszins agressief reageren wanneer je ze voorbij loopt. Aan dit soort van bedelen ben je in Indonesië echter gauw gewend.

Terug in het hotel zaten er meer medereizigers uit onze groep in de lobby en werd er op een gezellige manier kennis met elkaar gemaakt. Naher, onze reisleider kwam er ook bij en er werden een paar zaken, de reis aangaande, besproken. Tevens droegen wij 120.000,00 rph pp aan hem af voor kosten zoals: fooien, luchthavenbelasting, enz. Om 19:30 uur werd een simpel, maar goed, diner in het hotel geserveerd en zochten de meeste van ons reisgezelschap daarna het bed op om even de slaap in te halen die wij in de nacht uren in het vliegtuig te kort waren gekomen.