dag 5

zondag 6 maart

 

   

 
 

Om zeven uur werden wij weer gewekt. Na het ontbijt voeren wij om 8 uur over het Tobameer naar Ambarita voor een bezoek aan het Batakdorp met de stenen stoelen en tafels.

Langs de kust van Samosir-eiland met allerlei batakwoningen en grote graftombes voeren wij naar de noord-westkant van het eiland.

Op weg naar de stenen stoelen en tafels kwamen wij langs de graftombe van “Faodini Raja Siallagan”.

Een graftomde bestaande uit drie verdiepingen.

Naast de graftombe liepen wij de “Hutasiallagan” binnen.

De daar staande Batak-woningen hadden, zoals bijna alle batak-woningen, golfplaten als dakbedekking.

De reden daarvoor is dat de Indonesiërs nogal stevige rokers zijn en dat rieten daken erg brandgevaarlijk.

Van Naher, onze reisleider, kregen wij uitleg over het offeren van kinderen op die stenen tafels. Hij demonstreerde zijn uitleg met behulp van een inlands jongentje waardoor de ceremonie zeer duidelijk werd.

Op de terugweg naar de boot liepen wij weer door een aantal straatjes met diverse souvenir- en ander stands waarvan de verkopers en verkoopsters ons soms zeer dwingend van alles en nog wat probeerden te verkopen.

Van Ambarita voeren wij  vervolgens naar Gokasi voor een bezoekje aan een Batak museum.  

Echter voor die tijd kregen wij eerst nog de gelegenheid om een protestantse- of een katholieke kerk van Simanindo te bezoeken. In ons geval bezochten wij met z’n twaalven de protestantse dienst. Deze was al lang aan de gang en de kerk was afgeladen vol. Maar onze komst was geen probleem.

De kerkgangers schikten in er er was weer voldoende ruimte. Best aardig om zo’n kerkdienst een keer mee te maken alhoewel wij er niets van konden verstaan. In ieder geval was onze donatie tijdens de collecte van harte welkom.

Na de kerkdienst, zo rond half twaalf liepen wij naar “The old Village”, het museum “Huta Bolon” voor een aantal traditionele Batakdansen.

Het museum omgeven door wallen met hoge bamboebomen. In totaal werden er 11 batakdansen gedemonstreerd waarbij ook een gezamenlijke dans met de bezoekers en werden begeleid door gamelan-muziek.

Na de dansvoorstelling kregen wij nog even de gelegenheid om het museum met o.a. het Bontean in het royal boat house te bezoeken. Natuurlijk moesten er ook een paar foto’s voor de hoge bamboebomen gemaakt worden. Langzaam was het echter tijd om weer richting de boot te gaan. Langs onze weg lag nog een waterbuffel tussen de waterplanten.

Vanaf de steiger in Gokasi  voeren wij met de Toledo-inn 04 naar het kleine eilandje “Pulau Tao”, ook wel bekend als het bloemeneiland.  

Op dat eilandje aangekomen kregen wij eerst de gelegenheid om te gaan zwemmen in het Tobameer.

Na een half uurtje zwemmen zijn eerst bij het restaurantje op het eilandje een pilsje gaan pakken.

Daarna gingen wij terug naar de boot waar de lunch in buffetvorm werd opgediend.

Na de lunch ging de boot weer varen een anderhalf uurtje varen terug naar het hotel waar het inmiddels weer thea-time was. Toen de thee of koffie op was zijn wij lekker rustig op het balkon van ons appartement gaan zitten lezen.

Voor het diner werd onze reisgenoot Riet in het zonnetje gezet. Zij was die dag jarig, werd 69 jaar en dat was natuurlijk aanleiding voor een klein feestje. Het hotelpersoneel had haar stoel versierd en stond met een taart klaar.

Van de eigenaresse van het hotel, die overigens goed Nederlands sprak, kreeg zij een cadeau. Ook die avond brachten wij weer met een drankje en gitaarmuziek door.

Het weer werd eentonig, maar ook nu weer zon, stapelwolken, boven de 30 graden en stevige wind aan het eind van de middag en ‘s-avonds.