Onze
reisorganisatie, “het Schone Streven” had voor vandaag weer een vrije
dag gepland met een eventuele facultatieve invulling. Pauline, onze
reisleidster, kwam met het voorstel om met de bus naar het Nederlandse
ereveld “Pandu” voor de gevallenen te gaan en vervolgens om te gaan
winkelen in de bekende “Jeans-street”.
Annie en ik waren met 10
medereizigers wel voor dit facultatieve uitstapje. Daardoor kon het
wezen dat wij al weer om halfzeven gewekt werden, om halfacht aan het
ontbijt zaten en rond acht uur met de bus door het chaotische
ochtendverkeer van Bandung reden in de richting van het Nederlandse
ereveld voor de gevallenen in de oorlog met de Jappen tijdens de
Nederlandse overheersing van Indonesië.
Vlak voor de aankomst bij de
begraafplaats kocht Pauline bloemen voor ons
om op de begraafplaats de
laatste eer te bewijzen. Het ereveld was te bereiken door een stukje te
lopen over een reguliere begraafplaats van Bandung. De beveiliging van
die begraafplaats wilde van lopen niets weten en wij moesten met de bus
over de begraafplaats rijden naar de ingang
. Van alles en nog wat werd
daarvoor aan de kant gezet.
Het ereveld “Pandu” wordt
onderhouden door de Nederlandse oorlogsgravenstichting. Ons bezoek aan
het ereveld was heel indrukwekkend.
Op
dit ereveld rusten, volgens de website van de Nederlandse
oorlogsgravenstichting ,
militairen van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL), die
omkwamen in de strijd tegen de Japanners, maar ook vele burgers uit de
interneringskampen in en rond Bandung. Ook in de onrustige tijd na de
capitulatie van Japan in 1945 waren vele slachtoffers te betreuren,
burgers zowel als militairen waaronder velen van de Koninklijke
Landmacht. Zij waren als oorlogsvrijwilliger of als dienstplichtige
uitgezonden om orde en rust te brengen .
Met onze groep hebben wij het
gehele ereveld bekeken en namens onze groep werd het register getekend.
Na onze bezoek aan het ereveld
hebben wij eerst een rondrit door Bandung gemaakt waarbij
wij met de bus door de winkelstraat Jl. Dalam Kaum zijn gereden naar de
magnifieke “Gedung Sate” . Een in 1917 door de Nederlandse architect
Gerben ontworpen gebouw die nu wordt gebruikt als kantoor van de Regent
van Bandung en in het verleden werd gebruikt als kantoor van de Nederlandse Resident.
Daar werd even een fotostop
gehouden om vervolgens door te rijden naar het centrum van Bandung om
even winkels enz. te bekijken . Ook werd door ons de vermaarde Jl.Cihampelas,
de Jeans-street met z’n gevels van papier-maché, chroom en triplex
bezocht .
Volgens de reisgids een feest voor het oog. Misschien zijn wij als
westerlingen wel iets te verwent want een feest voor het oog was het
beslist niet. Wij hebben inderdaad 2 gevels gezien met decoratie. Voor
de rest, vinden wij, een wat vieze ordinaire straat met een paar
dumpzaken in kleding. Maar goed, smaken verschillen.
De afspraak om tegen één uur weer
bij de bus te zijn kwam iedereen stipt na en zodoende zaten wij tegen
twee uur aan de lunch in ons hotel .
Tijdens de lunch kregen wij, omdat
er een conferentie van Campina in het hotel gehouden werd, een
overheerlijk ijsje geserveerd.
Het hotel had zelf geen zwembad
maar direct naast het hotel was een openbaar zwembad die door ons, als
hotelgasten, gratis mocht worden gebruikt. Op de vrije middag na de
lunch werd dan ook door ons driftig gebruik gemaakt van een verfrissende
duik in dat zwembad . Heerlijk zwemmen, zonnen en kletsen met de
medereizigers.
Na het diner die avond werd er nog
even gekaart met een paar medereizigers waarna het bed weer opgezocht
werd om de volgende morgen weer vroeg te vertrekken.