dag 14

dinsdag 15 maart

 

   

 
 

Onze reisorganisatie, “het Schone Streven” had voor vandaag weer een vrije dag gepland met een eventuele facultatieve invulling. Pauline, onze reisleidster, kwam met het voorstel om met de bus naar het Nederlandse ereveld “Pandu” voor de gevallenen te gaan en vervolgens om te gaan winkelen in de bekende “Jeans-street”.

Annie en ik waren met 10 medereizigers wel voor dit facultatieve uitstapje. Daardoor kon het wezen dat wij al weer om halfzeven gewekt werden, om halfacht aan het ontbijt zaten en rond acht uur met de bus door het chaotische ochtendverkeer  van Bandung reden in de richting van het Nederlandse ereveld voor de gevallenen in de oorlog met de Jappen tijdens de Nederlandse overheersing van Indonesië.

Vlak voor de aankomst bij de begraafplaats kocht Pauline bloemen voor ons om op de begraafplaats de laatste eer te bewijzen. Het ereveld was te bereiken door een stukje te lopen over een reguliere begraafplaats van Bandung. De beveiliging van die begraafplaats wilde van lopen niets weten en wij moesten met de bus over de begraafplaats rijden naar de ingang . Van alles en nog wat werd daarvoor aan de kant gezet.

Het ereveld “Pandu” wordt onderhouden door de Nederlandse oorlogsgravenstichting. Ons bezoek aan het ereveld was heel indrukwekkend. Op dit ereveld rusten, volgens de website van de Nederlandse oorlogsgravenstichting , militairen van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL), die omkwamen in de strijd tegen de Japanners, maar ook vele burgers uit de interneringskampen in en rond Bandung. Ook in de onrustige tijd na de capitulatie van Japan in 1945 waren vele slachtoffers te betreuren, burgers zowel als militairen waaronder velen van de Koninklijke Landmacht. Zij waren als oorlogsvrijwilliger of als dienstplichtige uitgezonden om orde en rust te brengen .

Met onze groep hebben wij het gehele ereveld bekeken en namens onze groep werd het register getekend.

Na onze bezoek aan het ereveld hebben wij eerst een rondrit door Bandung gemaakt waarbij wij met de bus door de winkelstraat Jl. Dalam Kaum zijn gereden naar de magnifieke “Gedung Sate” . Een in 1917 door de Nederlandse architect Gerben ontworpen gebouw die nu wordt gebruikt als kantoor van de Regent van Bandung en in het verleden werd gebruikt als kantoor van de Nederlandse Resident.

Daar werd even een fotostop gehouden om vervolgens door te rijden naar het centrum van Bandung om even winkels enz. te bekijken . Ook werd door ons de vermaarde Jl.Cihampelas, de Jeans-street met z’n gevels van papier-maché, chroom en triplex bezocht . Volgens de reisgids een feest voor het oog. Misschien zijn wij als westerlingen wel iets te verwent want een feest voor het oog was het beslist niet. Wij hebben inderdaad 2 gevels gezien met decoratie. Voor de rest, vinden wij, een wat vieze ordinaire straat met een paar dumpzaken in kleding. Maar goed, smaken verschillen.

De afspraak om tegen één uur weer bij de bus te zijn kwam iedereen stipt na en zodoende zaten wij tegen twee uur aan de lunch in ons hotel .

Tijdens de lunch kregen wij, omdat er een conferentie van Campina in het hotel gehouden werd, een overheerlijk ijsje geserveerd.

Het hotel had zelf geen zwembad maar direct naast het hotel was een openbaar zwembad die door ons, als hotelgasten, gratis mocht worden gebruikt. Op de vrije middag na de lunch werd dan ook door ons driftig gebruik gemaakt van een verfrissende duik in dat zwembad . Heerlijk zwemmen, zonnen en kletsen met de medereizigers.

Na het diner die avond werd er nog even gekaart met een paar medereizigers waarna het bed weer opgezocht werd om de volgende morgen weer vroeg te vertrekken.