dag 15

woensdag 16 maart

 

   

 
 

Vandaag weer een stevig stukje reizen. We verlaten Bandung om met de bus te reizen naar het aan de zuidkust van Java gelegen plaatsje Pangandaran op het gelijknamig schiereiland in de “Indian Ocean”. Een afstand van ±250 km .

Om zes uur werden wij gewekt en om zeven uur zaten wij in de bus. Nog één keer mochten wij genieten van de hectische ochtendspits van Bandung. Om dat verkeer zo veel mogelijk te mijden reed de chauffeur om de westzijde van Bandung heen, langs het vliegveld, naar de tolweg aan de zijkant van Bandung. Na ongeveer 20 km eindigde de tolweg en vanaf dat punt is de gehele verdere reis door Indonesië via lokale wegen gegaan.

Wij reden richting Garut en stopten na 1½ uur rijden in het dorpje Leles . Tot onze verrassing stonden daar een 11 tal paard en wagentjes klaar om ons naar candi Cangkuang te brengen voor een bezoek aan de “enige” Hindoetempel op Java. Als vorsten, met zwaaiende schoolkindertjes langs de kant van de weg, reden wij de drie kilometer naar “Lake Cangkuang” waarin op een eiland de tempel is gelegen. Met bamboevlotten werden wij naar het eiland gevaren en door een lokale gids werd tekst en uitleg gegeven over dit monument . Na ons bezoek aan de hindoetempel bezochten wij het op datzelfde eilandje gelegen kampong “Pulo” met, vanuit de traditie, slechts zes gezinnen en hadden een prachtig uitzicht op de rijstvelden achter de kampong .

Terug op de vaste wal gingen wij met de paard en wagentjes weer terug naar de bus om door ter reizen naar ons lunchadres in Garut . In tegenstelling tot de meeste steden op Java die erg smerig zijn door (zwerf)afval enz. is dit een bijzonder schone stad. Zelfs de brandweer helpt dagelijks mee met het schoonmaken van de (winkel)straten waar zelfs geen auto’s mochten komen .

Na de lunch gebruikt te hebben konden wij in Garut eerst een klein uurtje winkelen voor wij met de bus via Tasikmalaya en Banjar naar Pangandaran reden. Onderweg hebben wij in het dal van de rivier “Wulan” nog de gelegenheid gekregen om foto’s te maken van de “Sawa’s” , de rijstvelden en in Taskmalaya maakten wij nog een stop om koffie te drinken.

Bij onze aankomst in het Nyiur Indah hotel II, in Pangandaran, werden wij bijzonder hartelijk ontvangen. De kamers waren goed en ons kamernummer, omdat ik in de hulpverlening werkzaam ben, erg toepasselijk, n.l. 112 .

Ook het diner deze eerste avond was prima. Hélaas echter voor mij, het was alleen vis en daar ben ik niet zo gek op. Gelukkig wist onze reisleidster dat en kreeg ik wat anders te eten.