![]() |
dag 17 vrijdag 18 maart |
|
|
|
Vandaag is het "Betjak-day".
Om half negen, direct na het ontbijt, stonden er 23 betjaks
(fietstaxi’s) klaar om ons naar een Kampong te brengen
. In een lange
colonne, begeleid door een (oude)politieman
, voorzien van echte
"verroestte" handboeien en een kapmes, gingen wij richting de kampong,
een afstand van ongeveer 4 kilometer.
Daarvoor werd “ bijna traditiegetrouw” eerst een bezoek gebracht aan de plaatselijke markt van Pangandaran . Door de rijsvelden reden wij naar de Kampong. Aangekomen in de Kampong werd ons door lokale gidsen uitgelegd hoe het in zo’n leefgemeenschap werkt, hoe klappermelk boven uit de palmbomen wordt gehaald , wat er daarna met de kokosnoten gebeurd, hoe bruine suiker wordt gemaakt enz. enz. Door de plaatselijke kinderen en ook hun moeders en oudere mensen werd in de Kampong veel om snoepjes gebedeld . 2 mannen kwamen aanlopen met een gedode vleermuis met een spanbreedte van wel 75 centimeter. Erg griezelig om te zien . Vanuit de Kampong werden wij met de Betjaks verder gebracht naar een kroepoekmakerij. Daar werd een demonstratie gegeven van het maken van sierkroepoek en mocht een enkeling van ons dat ook proberen te maken. Via de kustweg reden wij een uurtje later weer naar Pangandaran terug . De ongeveer 12 km lange fietstocht was schitterend. Toch zwaar werk voor die Javaanse bestuurders om in die zinderende en broeierige hitte van de brandende zon te fietsen. Zelf voelde ik mij net st.Nicolaas door al die zwaaiende en “hello” roepende kinderen langs de kant van de weg . Rond lunchtijd arriveerden wij weer in het hotel . Na de lunch konden wij nog even zwemmen en/of siësta houden. Om drie uur bracht de bus ons naar het natuurreservaat “Cagar Alam” op de uiterste punt van het schiereiland. In onze ogen een natuurpark met wat achterstallig onderhoud op allerlei gebied. Onder begeleiding van een plaatselijke gids gingen wij het park in. Nadat wij eerst een grot bij het water hadden bekekenen liep wij het park verder in en zagen meteen al de zwarte apen in de bomen. Dit soort apen komt niet uit de bomen en zijn dan ook alleen op afstand te bekijken. Even later kwamen de “boefjes”er aan. Grijze aapjes die, als je niet oppast je broekzakken leeg roven. verder lopend door het park liet de gids ons herten en reeën zien. Ook tilde hij “her en der” een steen op. Hij was op zoek naar schorpioenen . Wij hadden geluk en kregen een klein schorpioen te zien. Even later pakte de gids weer een steen op en schrok, evenals ons, behoorlijk. Er zat een blauwe schorpioen onder zo groot als 2 handen. De gids gaf ook aan dat hij nog maar zelden zo’n grote schorpioen had gezien. Verder liepen wij door het natuurgebied richting het westelijk strand van Pangandaran waar een beek in de oceaan stroomt . Ondertussen krijgen wij diverse herten en reeën te zien en worden een beetje geplaagd door de grijze diefjes . Bij het strand stond de bus weer klaar om ons naar het hotel te brengen voor “tea-time”. Rond 18:00 uur, nadat wij nog even gezwommen hadden in het zwembad van ons hotel, ben ik met een reisgenoot naar het strand gegaan om nog een paar foto’s van de ondergaande zon te maken . Het prima verzorgde diner in het hotel werd opgevolgd door enige entertainment dat werd verzorgt door een zangeres en een toetsenist ter afsluiting van deze zonnige, droge maar halfbewolkte en iets broeierige dag. |
![]() |
![]() |