Vroeg op vandaag. Helaas om het
mooie plaatsje Pangandaran te verlaten. Om half zes uit bed, om half
zeven ontbijt en om zeven uur vertrek van de bus naar Yogyakarta. Een
rit van ±300 kilometer.
Kort na ons vertrek, in Kalipucang,
bij het oversteken van de rivier Tanduy, passeerden wij de grens van
west-Java en midden-Java . In Kedungreja maakten wij nog een stop om aan
ons ritueel: een bezoek aan de plaatselijke markt, gevolg te geven
. De
genomen weg van Pangaran naar Karangpucung leverde weliswaar een
tijdwinst op van ruim 65 kilometer, maar met name de laatste 20
kilometer was slecht bereidbaar. Grote gaten in het wegdek maakten de
reis niet geriefelijk.
Gelukkig maakte de tocht door de
mooie vergezichten over de rijstvelden en een bezoekje aan een
steenfabriek veel goed .
In de omgeving van Wangon
werd een
koffiestop gemaakt en in Gombong werd voor de lunch gestopt
. Na de lunch
vervolgden wij de reis naar “Yogya” of wel Yogyakarta. De weg loopt
vanaf Wangon tot aan Kutoarjo langs het bergmassief van de
Serayu-mountains. De vergezichten en het gezicht op de mountains zijn
grandioos . Voorbij Kutoarje reed de bus rechtsaf om de Menoreh hills
heen naar de grens tussen midden-Java en Yogyakarta
.
Bij het binnenrijden van Yogya viel
het ons meteen al op dat de stad veel schoner was als bijvoorbeeld Bogor
en Bandung. Ook de verkeersdiscipline was beter.
In de buurt van het vliegveld, aan
de Jl.
Laksda Adisucipto (jl. Solo) stond ons
“Jayakarta hotel”
voor de komende paar dagen. Een mooi en luxes hotel
met een prachtig zwembad. Geen ontvangst met folklore maar dat mag de
pret niet drukken. Bij aankomst kregen wij wel een kopje koffie
aangeboden om daarna eerst lekker zwemmen in het zwembad
.
Om half acht die
avond gingen wij aan tafel voor het diner. Daarna ben ik nog even naar
een internetcafé geweest om de familie in Nederland op de hoogte te
brengen van alle bijzonderheden tijdens onze reis.