![]() |
dag 24 vrijdag 25 maart |
|
|
|
Om één uur in de nacht werden wij gewekt. In de lounche van het hotel kon een kopje koffie of thee worden gedronken om wakker te worden. Vervolgens reden wij met een drietal kleine busjes richting Bromo-Tenger-Semeru national park om daar de nieuwe dag boven de Bromo-vulkaan te zien ontwaken. Een tocht van ruim 2½ uur over grotendeels kronkelende bergwegjes. De weg ging via Lawang, Purwodadi, Nongkojajor en vervolgens een bergwegje over de Mangapas. Van ons busje was Eddy de chauffeur en onze gids had een alias, namelijk: John van de (Bromo)Berg. Hij sprak goed Nederlands en dat is bij zo’n excursie best aangenaam. Onderweg, bij de toegang tot het national park, werd nog even een plasstop gemaakt. Het laatste stukje naar het uitzichtpunt op de 2770 meter hoge Gunung Pana moest worden gelopen maar was best te doen. Rond tien voor zes zou de zon opkomen en ruim voor half zes begon het te “dagen”. Hélaas overkwam ons hetzelfde als wat wij al veel vaker hadden gehoord en gelezen, het was bewolkt en dus bleef ook voor ons de geweldige zonsopkomst weg. Toch was het zeer fascinerend gezicht hoe het daglicht kwam over het met mist bedekte dal en de daarin omhoog torende toppen van de 2329 hoge en rokende Bromo vulkaan en de daarachter gelegen 3676 meter hoge Mount Semeru. Uit deze laatste vulkaan ontsnapte, wisselend om 5 á 10 minuten, een grote rookpluim. Toen het licht werd zagen wij hoeveel mensen er na dat verschijnsel stonden te kijken.Enkele honderden. Zodra het daglicht volledig was stapten wij weer in de busjes en reden naar de vlakte waarin de krater ligt. Een soort van maanlandschap van lavastof. Ergens op die vlakte werden wij opgevangen door een groep begeleiders met paarden. Iedereen werd op een paardje gezet en met de begeleider liepen wij over de vlakte, langs een tempel, de kraterwand op tot onder aan een trap met 250 treden. Die trap moesten wij zelf omhoog lopen. Boven op de krater gekomen hadden wij een prachtig uitzicht in en rond de krater, dit terwijl de rook uit de krater kolkte en de reuk van rotte eieren (de geur van de ingewanden van onze aarde) ons tegemoet kwam. Na het aanschouwen van dit natuurwonder werden wij op de paarden weer terug gebracht naar de busjes en begon de reis terug naar ons hotel. Kort nadat wij het nationaal park uitgereden waren werd er eerst een stop gemaakt om onze ontbijt pakketten aan te spreken. Hierna werd het een rustige rit terug waarin menig “uiltje werd geknapt”. Zo rond kwart voor twaalf waren wij weer in het hotel. Eerst lekker onder de douche om daarna te lunchen. In de middag een aantal uren in en bij het zwembad van het hotel doorgebracht. Het was vandaag “Goede vrijdag”. Daarom besloten Annie en reisleidster Pauline met nog 2 medereizigers om rond vijf uur in de middag een kerkdienst te bezoeken. Ik ben even met ze meegelopen en heb op de terugweg naar het hotel even een bezoekje gebracht aan een politiepost op een kruising nabij het hotel. Die avond genoten wij het diner met (iets te harde) lifemuziek. Daarna vroeg in bed na een lange maar mooie dag. |
![]() |
![]() |